Scroll naar boven
Hulp nodig?
Onze servicedesk is van 08:00 tot 17:00 beschikbaar.
Neem contact op via: info@hoffelijk.nl of 010 – 760 11 00

Belasting

  • In dit hoofdstuk:

    Het komende jaar zal een aantal wijzigingen in de belastingen plaatsvinden. In dit thema zul je meer lezen over de tariefschijven in box 1 en de aanpassingen in box 3. Naast deze wijzigingen, gaan we ook dieper in op een aantal heffingskortingen.

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Box 1

AOW niet bereikt

Heeft iemand de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan gelden vanaf 1 januari 2023 in box 1 de volgende tarieven:

Bij een inkomen van
meer dan maar niet meer dan bedraagt het tarief
€ 0,- € 73.031,- 36,93%
€ 73.031,- 49,50%

Het tarief in de eerste schijf is verlaagd met 0,14 procentpunt. Het tarief in de tweede schijf is gelijk gebleven. De inkomensgrens van de eerste schijf is verhoogd met € 3.633,-. 

AOW wel bereikt (geboren vanaf 1946)

Heeft iemand de AOW-leeftijd wel bereikt? En is diegene geboren vanaf 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2023 in box 1 de volgende tarieven: 

Bij een inkomen van
meer dan maar niet meer dan bedraagt het tarief
€ 0,- 37.149,-  19,03% 
37.149,-  73.031,-  36,93% 
73.031,-  49,50%

Het tarief in schijf 1 bestaat uit belastingen en premies volksverzekeringen. Mensen die recht hebben op AOW betalen geen premie voor de AOW. Daarom is het tarief in schijf 1 opgesplitst in twee tarieven. In het laagste tarief is deze premie voor de AOW niet meegenomen.  

AOW wel bereikt (geboren voor 1946)

Heeft iemand de AOW-leeftijd wel bereikt? En is diegene geboren voor 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2023 in box 1 de volgende tarieven: 

Bij een inkomen van
meer dan maar niet meer dan bedraagt het tarief
€ 0,- 38.703,-  19,03% 
38.703,-  73.031,-  36,93% 
73.031,-  49,50%

De inkomensgrens voor AOW’ers die geboren zijn voor 1946 is € 1.554,- hoger dan voor AOW’ers die geboren zijn vanaf 1946. 

Box 3

De Hoge Raad heeft in 2021 een uitspraak gedaan over het box 3-stelsel. Het box 3-stelsel zou rekening moeten houden met werkelijke rendementen in plaats van fictieve rendementen. Het kabinet had al een herstelplan gemaakt voor de box 3-belasting. Dit herstelplan is samen met de overbruggingswetgeving verduidelijkt op Prinsjesdag. 

Herstelvergoeding bezwaarmakers belastingjaren 2017 - 2020

Heeft een belastingplichtige bezwaar gemaakt tegen de box 3-belasting over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan heeft hij al een herstelvergoeding gekregen.

De Belastingdienst ging hierbij niet meer uit van een fictieve verdeling, maar van de werkelijke verdeling tussen spaargeld, schulden en beleggingen over deze belastingjaren.

Daarbij werd voor elk belastingjaar nog wel een fictief rendement gebruikt:

  • Voor spaargeld is dat de gemiddelde rente op spaargeld van dat belastingjaar.
  • Voor schulden is dat de gemiddelde rente op hypotheekschulden van dat belastingjaar.
  • Voor beleggingen is dat een gewogen gemiddeld rendement, zoals dat de afgelopen jaren al gold voor de box 3-belasting.

De gemiddelde rente op spaargeld en hypotheekschulden kwam daarmee dus wel dichter bij de werkelijkheid te liggen in die belastingjaren.

Herstelvergoeding niet vastgesteld of opgelegd belastingjaren 2017 – 2020

Staat de aanslag van een belastingplichtige nog niet vast of is deze nog niet opgelegd over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan krijgt deze belastingplichtige ook de herstelvergoeding. 

Deze belastingplichtige krijgt automatisch deze herstelvergoeding vanaf halverwege september 2022. 

De herstelvergoeding houdt in dat belastingplichtigen geen belasting hoeven te betalen als de nieuwe berekening nadelig blijkt te zijn. 

Geen herstelvergoeding niet-bezwaarmakers belastingjaren 2017 – 2020

Heeft een belastingplichtige geen bezwaar gemaakt tegen de box 3-belasting over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan heeft hij geen recht op een herstelvergoeding. Dit heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt. 

Het kabinet kon er nog wel voor kiezen om uiteindelijk toch deze belastingplichtigen volledig of gedeeltelijk te compenseren. Het kabinet heeft duidelijk gemaakt deze belastingplichtigen niet te compenseren. 

Herstel belastingjaren 2021 en 2022

Heeft een belastingplichtige een box 3-inkomen in het belastingjaar 2021? Dan kon hij vanaf augustus opnieuw belastingaangifte doen en een definitieve aanslag verwachten. De Belastingdienst ging dan uit van de werkelijke verdeling en het fictief rendement, zoals we hierboven hebben benoemd. 

Dezelfde berekening geldt voor het belastingjaar 2022.  

Overbruggingsjaren 2023 - 2025

Het kabinet heeft een wetsvoorstel uitgewerkt voor de belastingjaren 2023, 2024 en 2025. Hierin houdt het kabinet ook rekening met de werkelijke verdeling tussen spaargeld, schulden en beleggingen. 

Er zit een verschil tussen het herstel en de overbruggingsjaren. Bij het herstel werd de nieuwe berekening vergeleken met de oude berekening. Was de uitkomst nadelig? Dan hoefde de belastingplichtige geen belasting bij te betalen. Bij de overbruggingsjaren wordt deze vergelijking niet gemaakt en geldt direct de nieuwe berekening. 

Daarbij gelden wel de volgende aanpassingen vanaf 2023: 

  • Het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd naar € 57.000,- per belastingplichtige. Voor fiscaal partners is het heffingsvrij vermogen dus € 114.000,-. 
  • Het belastingtarief wordt jaarlijks verhoogd met 1 procentpunt. In 2023 is het belastingtarief dus 32%, in 2024 is dat 33% en in 2025 is dat 34%. 

Nieuw box 3-stelsel vanaf 2026

Het nieuwe box 3-stelsel zal vanaf het belastingjaar 2026 gelden in plaats van 2025. De Belastingdienst gaat dan uit van het werkelijke rendement op spaargeld, schulden en beleggingen. 

Vermogensaanwasbelasting

Het kabinet stelt een vermogensaanwasbelasting voor. Belastingplichtigen betalen hierdoor jaarlijks belasting over het rendement dat zij maken over de werkelijke inkomsten in box 3. 

Het gaat dan om de volgende werkelijke inkomsten: 

  • rente; 
  • dividend; 
  • huur; 
  • pacht; 
  • waardeontwikkeling aandelen; en 
  • waardeontwikkeling onroerend goed. 

Financiële instellingen kunnen de meeste gegevens jaarlijks verstrekken aan de belastingplichtige. Dit geldt in ieder geval voor spaargeld en voor beleggingsproducten. 

Waardeontwikkeling aandelen 

De Belastingdienst bepaalt de beginwaarde van aandelen op 1 januari van het kalenderjaar en de eindwaarde op 31 december van hetzelfde kalenderjaar. De stortingen worden opgeteld bij de beginwaarde. De onttrekkingen worden afgehaald van de beginwaarde. Hiermee berekent de Belastingdienst de vermogensaanwas van aandelen per kalenderjaar. 

Kan de belastingplichtige deze belastingaanslag niet betalen? Dan kan de belastingplichtige een verzoek doen bij de Belastingdienst om uitstel van betaling. 

Praktische tip

Een nadeel van de vermogensaanwasbelasting is dat belastingplichtigen jaarlijks de waarde moeten bepalen en de stortingen en onttrekkingen moeten bijhouden om de vermogensaanwas te kunnen bepalen. Daarmee krijgt de belastingplichtige een administratieplicht erbij. 

Waardeontwikkeling onroerend goed 

Het kabinet wil de waardeontwikkeling van onroerend goed tijdelijk blijven belasten door een fictief rendement na de invoering van het nieuwe stelsel. Dit komt doordat de Belastingdienst de gegevens niet beschikbaar heeft om de werkelijke waardeontwikkeling te belasten. De Belastingdienst belast wel de werkelijke huurinkomsten en pachtinkomsten van onroerend goed. 

Overige bezittingen 

Het kabinet onderzoekt nog hoe het werkelijk rendement op de volgende bezittingen belast kan worden in box 3: 

  • contant geld; 
  • kapitaalverzekeringen; 
  • lijfrenteverzekeringen; en 
  • cryptovaluta. 

Aftrekbare kosten 

Het kabinet onderzoekt nog op welke manier kosten aftrekbaar zijn die de belastingplichtige maakt in relatie tot de inkomsten in box 3. Verder onderzoekt het kabinet nog of verliesverrekening mogelijk wordt in box 3. 

Heffingsvrij inkomen 

Het heffingsvrij vermogen vervalt in het nieuwe stelsel. Het kabinet wil graag een heffingsvrij inkomen per fiscaal partner invoeren. De hoogte hiervan is nog niet bekend. 

Tarief

Hetzelfde geldt voor het tarief. Op dit moment geldt een vast tarief. Dit kan het kabinet wijzigen naar een oplopend tarief. 

Vrijstellingen 

Het kabinet wil verder de vrijstellingen in box 3 behouden. Denk hierbij aan de vrijstelling voor bijvoorbeeld groene beleggingen. 

Schulden 

Het is niet meer mogelijk om schulden te verrekenen met de bezittingen in box 3 in het nieuwe stelsel. De volgende onderdelen horen bij het inkomen in box 3: 

  • de te betalen rente op vorderingen en schulden; 
  • het verschil in waarde door afwaardering, kwijtschelding of verschil in valuta. 

De te betalen rente is negatief inkomen voor de schuldenaar in box 3. 

Algemene heffingskorting

De afbouw van de algemene heffingskorting (AHK) wordt ook afhankelijk van het inkomen in box 2 en box 3 vanaf 1 januari 2023. Hierdoor zal de AHK sneller afbouwen voor personen met inkomen in box 2 en box 3. 

De maximale AHK wordt verhoogd met € 182,- in 2023. 

Het volgende geldt voor de AHK in 2023: 

Maximale AHK  € 3.070,- 
Inkomensgrens AHK  € 22.660,- 
Percentage afbouw AHK  6,095% 

Arbeidskorting

De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met € 792,- in 2023.  

Het volgende geldt voor de arbeidskorting in 2023: 

Maximale arbeidskorting  € 5.052,- 
Inkomensgrens arbeidskorting  € 37.626,- 
Percentage afbouw arbeidskorting  6,51% 

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is niet meer aan te vragen bij kinderen geboren vanaf 1 januari 2025. Vanaf 1 januari 2037 is de IACK dan volledig afgeschaft. De kinderopvangtoeslag wordt namelijk aangepast, waardoor het doel van de IACK niet meer geldt. 

De maximale IACK wordt verhoogd met € 160,- in 2023. 

Het volgende geldt voor de IACK in 2023: 

Maximale IACK  € 2.694,- 
Inkomensgrens IACK  € 5.547,- 
Percentage opbouw IACK  11,45% 

Praktische tip

In lijn met het coalitieakkoord wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft vanaf 2025, behalve voor ouders met kinderen die voor 2025 zijn geboren. 

Ouderenkorting

De maximale ouderenkorting wordt verhoogd met € 109,- in 2023.  

Het volgende geldt voor de ouderenkorting in 2023: 

Maximale ouderenkorting  1.835,- 
Inkomensgrens ouderenkorting  40.888,- 
Percentage afbouw ouderenkorting  15% 

Praktische tip

De alleenstaande ouderenkorting wordt verhoogd van € 449,- naar € 478,-. 

Afschaffing middelingsregeling

De middelingsregeling wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2023, omdat hiervan weinig gebruik is gemaakt. Deze regeling was bedoeld voor personen met sterk wisselende jaarinkomens. Het was mogelijk dat zij minder belasting hoefden te betalen als gekeken werd naar het gemiddeld inkomen van de afgelopen 3 jaar in plaats van 3 losse jaren.  

Praktische tip

Er geldt een overgangsregeling voor de jaren 2023 en 2024, maar alleen als dan ook 2022 in het middelingstijdvak wordt betrokken. Vanaf 2025 is er dus geen mogelijkheid meer om te middelen.