Scroll naar boven

Juridisch

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Algemeen

Vervolg vernieuwing stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

In 2022 krijgt de vernieuwing van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand een vervolg. De volgende drie onderdelen staan hierin centraal:

  1. Iedereen moet makkelijk een oplossing voor zijn of haar probleem kunnen vinden;
  2. Het geven van goede rechtshulp door experts; en
  3. Onnodige geschillen tussen burgers en de overheid moet worden voorkomen.

Bij al deze onderdelen is extra aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn.
De bedoeling is dat het stelsel in 2025 helemaal vernieuwd is.

Wetsvoorstel Kwaliteit incassodienstverlening

Het wetsvoorstel Kwaliteit incassodienstverlening treedt waarschijnlijk in 2022 in werking. Deze wet reguleert de incassopraktijk. Dit wetsvoorstel beschermt burgers tegen incassobureaus die dreigen te hoge kosten te rekenen of vaag blijven over het openstaande bedrag. Er komt een openbaar incassoregister. Dit register kan iedereen gratis bekijken. Alleen incassobureaus die aan alle eisen voldoen, worden in het incassoregister ingeschreven. Gedraagt een incassobureau zich niet volgens de regels? Dan wordt het incassobureau uit het incassoregister verwijderd en mag deze geen incassowerk meer doen.

Praktische tip

Wordt jouw cliënt lastig gevallen door een incassobureau en is de nieuwe wet ingegaan? Dan kun je hem adviseren in het incassoregister te kijken. Staat het incassobureau er niet in? Dan mag dat bureau geen incassowerkzaamheden uitvoeren.

Belastingrecht/Financieel recht

Aanpassing vrije ruimte werkkostenregeling

Box 1
Heeft iemand de AOW-leeftijd nog niet bereikt? Dan gelden vanaf 1 januari 2022 in box 1 de volgende tarieven:

Bij een inkomen van
meer dan maar niet meer dan bedraagt het tarief
€ 0,- € 69.398,- 37,07%
€ 69.398,- 49,50%

Het tarief in de eerste schijf is verlaagd met 0,03 procentpunt. Het tarief in de tweede schijf is gelijk gebleven. De inkomensgrens van de eerste schijf is verhoogd met € 891,-.

Heeft iemand de AOW-leeftijd wel bereikt? En is diegene geboren na 1946? Dan gelden vanaf 1 januari 2022 in box 1 de volgende tarieven:

Bij een inkomen van
meer dan maar niet meer dan bedraagt het tarief
€ 0,- € 35.472,- 19,17%
€ 35.472,- € 68.398,- 37,07%
€ 69.398,- 49,50%

Het tarief in schijf 1 bestaat uit belastingen en premies volksverzekeringen. Mensen die recht hebben op AOW betalen geen premie voor de AOW. Daarom is het tarief in schijf 1 opgesplitst in twee tarieven. In het laagste tarief is deze premie voor de AOW niet meegenomen. Deze schijf is verlaagd met 0,03 procentpunt. De inkomensgrens van de tweede schijf is verhoogd met € 343,-.

Box 3
Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt verhoogd met € 650,- naar € 50.650,- in 2022. De maximale grondslag sparen en beleggen is verhoogd in de eerste schijf naar € 50.650,- en de tweede schijf naar € 962.350,-. De forfaitaire rendementen zijn aangepast naar 1,82% in de eerste schijf, 4,37% in de tweede schijf en 5,53% in de derde schijf. Het belastingtarief blijft 31%.

In box 3 gelden de volgende bedragen voor het vaststellen van het forfaitair rendement voor alleenstaanden in 2022:

 

Bij een grondslag sparen en beleggen van
meer dan maar niet meer dan forfaitair rendement
€ 0,- € 50.650,- 1,82%
€ 50.650,- € 962.350,- 4,37%
€ 962.350,- 5,53%

Voor fiscale partners verdubbelen de bedragen uit bovenstaande tabel.

Het box 3-stelsel houdt niet goed rekening met de werkelijke rendementen en is hierdoor discriminerend volgens de rechter. Het kabinet wil nog in 2021 de mogelijkheden presenteren voor een nieuw box 3-stelsel.

Algemene heffingskorting
De maximale algemene heffingskorting wordt verhoogd met € 37,- in 2022. De maximale algemene heffingskorting wordt daardoor € 2.874,- bij een inkomen van € 21.317,-. Na dit inkomen daalt de algemene heffingskorting.

Arbeidskorting
De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met € 55,- in 2022. De maximale arbeidskorting wordt daardoor € 4.260,- bij een inkomen van € 36.649,-. Na dit inkomen daalt de arbeidskorting. Het percentage waarmee de arbeidskorting daalt is verlaagd naar 5,85%.

Ouderenkorting
De maximale ouderenkorting wordt verhoogd met € 13,- in 2022. De maximale ouderenkorting wordt daardoor € 1.726,- bij een inkomen van € 38.464,-. Na dit inkomen daalt de ouderenkorting.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) wordt in 2022 verlaagd met € 318,-.

Verder gelden de volgende getallen voor de IACK in 2022:

Maximale IACK € 2.534,-
Inkomensgrens IACK € 5.219,-
Percentage opbouw IACK 11,45%

Verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd. Het kabinet wil met deze maatregel de verschillen in belastingheffing tussen werknemers en zelfstandigen kleiner maken.

Vanaf 1 januari 2021 daalt de zelfstandigenaftrek met € 360,- per jaar. In 2021 is de zelfstandigenaftrek € 6.670,-. Vervolgens daalt de aftrek tot en met 2027 met € 360,- per jaar. De maximale zelfstandigenaftrek wordt in 2022 dus verlaagd naar € 6.310,-. Vanaf 1 januari 2028 daalt de aftrek met € 110,- per jaar, tot een bedrag van € 3.240,- in het jaar 2036.

Gedeeltelijke verlaging vennootschapsbelasting

De grens in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting wordt verhoogd van € 245.000,- naar € 395.000,-.

De tarieven wijzigen niet en zijn in 2022 als volgt:

2022
Eerste schijf (tot € 395.000,-) 15%
Tweede schijf (vanaf € 395.000,-) 25%

Verrekening vennootschapsbelasting

Vanaf 2022 kunnen bedrijven de vooraf betaalde dividendbelasting alleen nog verrekenen met de te betalen vennootschapsbelasting (Vpb). Er vindt geen teruggave meer plaats. Er kan alleen worden verrekend met de eindheffing als de eindheffing groter is dan de voorheffing of gelijk is aan de voorheffing. Is dit niet het geval? Dan wordt het verrekenen van de voorheffing doorgeschoven naar een jaar waarin de eindheffing wel groter is dan de voorheffing. Dit kan onbeperkt vooruitgeschoven worden. Is de eindheffing in een jaar wel groter dan de voorheffing? Dan wordt eerst de voorheffing van dat jaar verrekend en daarna de afgelopen jaren waarin de voorheffing niet is verrekend. Voordat een voorheffing vooruitgeschoven mag worden naar een ander jaar om te verrekenen moet deze wel zijn vastgesteld door een belastinginspecteur.

Praktische tip

Maakt een onderneming altijd verlies door de manier waarop het bedrijf is opgezet? Dan zal dit bedrijf zijn voorheffingen nooit mogen verrekenen.

Arbeidsrecht

Vergoeding van thuiswerkkosten vrij van loonheffingen

Thuiswerken is door de coronacrisis meer gebruikelijk geworden. Veel werkgevers hebben aangegeven een vergoeding aan de werknemer te willen geven voor de extra kosten die de werknemers hebben door het thuiswerken. Het kabinet wil daarom een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling voor de vergoeding van bepaalde thuiswerkkosten invoeren. Hiermee maakt het kabinet het mogelijk dat deze vergoeding vrij van loonheffingen door de werkgever kan worden gegeven. Deze vrijstelling zal ingaan op 1 januari 2022. Voor de kosten voor het inrichten van een werkplek thuis bestaan al gerichte vrijstellingen. Deze kosten kan de werkgever nu al vrij van loonheffingen vergoeden.

Ook wil het kabinet een regeling voorstellen voor de thuiswerkkostenvergoeding die lijkt op de 128-dagenregeling. Deze regelingen samen maken het mogelijk om een vaste vergoeding ongewijzigd te laten doorgaan als het reis- of thuiswerkpatroon bijna niet verandert.

Praktische tips

  • Let op: Voor dezelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding en de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek gelden. Er kan dus maar één van de twee vrijstellingen gelden als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en het andere deel op de vaste werkplek werkt. 
  • De vrijstelling voor een thuiskostenvergoeding kan maximaal € 2,- per thuiswerkdag zijn. 
  • De vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding kan ook worden toegepast als een werknemer maar een deel van de dag thuiswerkt. 
  • Is jouw cliënt een werkgever of werknemer? Wijs hem er dan op dat hij afspraken kan maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken. Deze afspraken kan de werkgever dan gebruiken voor het bepalen van een vaste vergoeding voor zowel het thuiswerken als de reiskosten woon-werkverkeer. 

Vrije ruimte verhoogd voor 2020 en 2021

In het Belastingplan 2021 is met terugwerkende kracht de vrije ruimte voor de eerste € 400.000,- van de fiscale loonsom voor het jaar 2020 verhoogd tot 3%. Deze verhoging geldt ook voor het jaar 2021. Let op: Vanaf 2022 geldt voor de eerste € 400.000,- van de loonsom een percentage van 1,7% in plaats van 3%. 

Praktische tips

  • Is jouw cliënt een werkgever? Wijs hem er dan op dat hij door de verruiming van de vrije ruimte zijn werknemers extra tegemoet kan komen. Dit mag hij bijvoorbeeld doen door het geven van cadeaubonnen of niet belaste thuiswerkkostenvergoedingen. 
  • Komt het bedrag van de vergoedingen boven de toegestane grens? Dan moet de werkgever over dat extra bedrag 80% belasting betalen. Er gelden geen voorwaarden voor de bestedingen binnen de vrije ruimte. 

Uitvoering STAP-budget

Het UWV en DUO treffen voorbereidingen voor de uitvoering van het STAP-budget. De verwachting is dat het STAP-budget van start zal gaan op 1 maart 2022. Het STAP-budget zal de fiscale aftrek scholingsuitgaven vervangen. Daarnaast geeft het de mogelijkheid om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Ook wordt een regeling scholingsadviezen uitgewerkt.

Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Arbeidsvoorwaarden worden steeds ingewikkelder. Daardoor zijn werknemers vaker onzeker over hun rechten en sociale beschermingen. De Europese wetgever probeert dit door de Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Werkgevers zijn verplicht om werknemers op een begrijpelijke manier te informeren over hun belangrijkste arbeidsvoorwaarden. Voor 1 augustus 2022 moeten alle lidstaten de richtlijn in nationale wetgeving hebben verwerkt. Nederland heeft al een deel van de richtlijn verwerkt in de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). 

Praktische tip

Is jouw cliënt een werkgever? Schrijf dan de belangrijkste arbeidsvoorwaarden in begrijpelijke taal op, zodat jouw cliënt goed is voorbereid op de nieuwe wetgeving.

Ondernemingsrecht

Betrokkenheid flexkrachten bij de medezeggenschap vergroten

In 2020 heeft het kabinet aangegeven via het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2022 de Wet op de ondernemingsraden te willen aanpassen om flexkrachten meer te betrekken bij de medezeggenschap. Hiervoor worden de termijnen voor actief en passief kiesrecht verkort van 6 en 12 maanden naar 3 maanden. Daarnaast zal de periode waarna uitzendkrachten medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener worden verkort van 24 naar 15 maanden. Dit betekent kort gezegd dat een uitzendkracht:

  • na 15 maanden medezeggenschapsrechten opbouwt; en
  • na 18 maanden actief en passief kiesrecht heeft in de onderneming van de inlener.

Het wetsvoorstel gaat mogelijk in op 1 januari 2022. De Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel eerst nog goedkeuren.

Praktische tips

  • Is jouw cliënt een werkgever die flexkrachten inleent en gaat het wetsvoorstel in? Wijs hem er dan op dat de flexkrachten al na 15 maanden mee gaan tellen voor het getalscriterium van 50 werknemers, voordat het instellen van een ondernemingsraad verplicht wordt.
  • Adviseer je een onderneming over een voorgenomen fusie en gelden de SER-Fusiegedragsregels 2015? Wijs jouw cliënt er dan op dat de definitie die in de SER-Fusiegedragsregels 2015 staat van het aantal werkzame personen, heel waarschijnlijk ook zal worden aangepast aan de aanpassingen in de Wet op de ondernemingsraden.

Transitievergoeding MKB

Kleine werkgevers hebben vanaf 1 januari 2021 recht op compensatie van de transitievergoeding als de onderneming wordt beëindigd en zij voldoen aan de voorwaarden. Het gaat om kleine werkgevers die met hun onderneming stoppen door pensioen of overlijden. De compensatiemogelijkheid bij het stoppen van een onderneming door ziekte zal pas vanaf midden 2022 ingaan.

Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Onder de huidige fiscale regeling moet belasting worden betaald over optierechten om aandelen te kopen op het moment dat de optierechten worden uitgeoefend en aandelen worden geleverd. Het nadeel hiervan is dat er op het moment van uitoefening van een aandelenoptierecht vaak niet genoeg liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde belasting te betalen. Hierdoor zijn aandelenoptierechten als loon minder aantrekkelijk, voornamelijk als personeel of mogelijke investeerders het belangrijk vinden dat er een goede aandelenoptieregeling is in de onderneming waarvoor zij willen werken of waarin zij willen investeren. Het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten moet de fiscale regeling aantrekkelijker maken om aandelenoptierechten als loon te geven. Het heffingsmoment van uitoefening van een aandelenoptierecht wordt namelijk verschoven naar het moment waarop de verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Er zijn dan namelijk liquide middelen aanwezig waarmee de verschuldigde belastingen kunnen worden voldaan. Het wetsvoorstel kent een keuzeregeling, waardoor het onder voorwaarden mogelijk blijft dat de heffing bij uitoefening plaatsvindt. De werknemer kan hier dan zelf voor kiezen. De maatregel zal gaan gelden voor elke inhoudingsplichtige die een werknemer een aandelenoptierecht aanbiedt. Wordt het wetsvoorstel aangenomen? Dan gaat de wet vanaf 1 januari 2022 in.

Praktische tips

  • Adviseer je een klant die als werkgever aandelenopties aan zijn werknemers wil geven? Wijs hem er dan op dat hij als inhoudingsplichtige schriftelijk de keuze van de werknemer vast moet leggen in zijn administratie op het moment dat het wetsvoorstel ingaat.
  • Zijn de aandelen na uitoefening van het optierecht direct verhandelbaar? Dan vindt heffing wel direct plaats. Het heffingsmoment verandert dan dus niet vergeleken met de oude regeling.
  • Adviseer je een beursvennootschap die aandelenoptierechten geeft aan zijn werknemers? Let er dan op dat het heffingsmoment bij een wettelijke of contractuele beperking tot maximaal 5 jaar na uitoefening van het aandelenoptierecht mag worden uitgesteld. Dit om een oneindig uitstel van heffing te vermijden.

Verlenging geldigheidsduur gebruikelijkloonregeling  innovatieve start-ups met een jaar

Vanaf 2017 is de gebruikelijkloonregeling versoepeld voor innovatieve start-ups. Hierdoor mag het belastbare loon van directeur-grootaandeelhouders van innovatieve start-ups voor de gebruikelijkloonregeling gelijk worden gesteld aan het wettelijk minimumloon. Deze maatregel moet innovatieve start-ups stimuleren door hun liquiditeitspositie te verbeteren. Eerder is bepaald dat de bepaling zal komen te vervallen op 1 januari 2022 als de maatregel niet positief zou worden geëvalueerd. Deze vervaldatum wordt nu verschoven naar 1 januari 2023, omdat de evaluatie nog niet is afgerond.

Praktische tips

  • Gebruikt jouw cliënt de gebruikelijkloonregeling voor start-ups? Dan mag hij het wettelijk minimumloon gebruiken als gebruikelijk loon. Is het gebruikelijk loon lager? Dan mag het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking worden gebruikt. Dit moet jouw cliënt dan aannemelijk maken.
  • Je komt in aanmerking voor de gebruikelijkloonregeling als:
    • je werknemer bent van je start-up;
    • je als werknemer een aanmerkelijk belang hebt in je bedrijf; en
    • jouw bedrijf een S&O-verklaring (WBSO) heeft waarin startersvoordeel is toegekend.
  • Voldoet jouw cliënt aan alle voorwaarden voor de gebruikelijkloonregeling en is hij verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Wijs hem er dan op dat hij eerst een de-minimisverklaring moet indienen. Pas daarna kan hij gebruikmaken van de gebruikelijkloonregeling. Is hij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Dan kan hij meteen gebruikmaken van de gebruikelijkloonregeling.
  • Heeft jouw cliënt maar voor een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring gekregen en heeft hij recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt de gebruikelijkloonregeling toch voor het hele kalenderjaar.
  • De gebruikelijkloonregeling voor start-ups mag voor maximaal 3 jaar worden toegepast.

Sociaal-zekerheidsrecht

9 weken ouderschapsverlof

Ouders krijgen de eerste 9 weken van het ouderschapsverlof doorbetaald vanaf 2 augustus 2022. Ouders krijgen dan van het UWV een uitkering van 50% van hun dagloon. Verdient de ouder meer dan het maximum dagloon? Dan krijgt de ouder maximaal 50% van het maximum dagloon doorbetaald.

Het UWV betaalt alleen de eerste 9 weken van het ouderschapsverlof als de ouder het verlof opneemt in het eerste levensjaar van het kind. Neemt de ouder de 9 weken ouderschapsverlof niet in het eerste levensjaar van het kind op? Dan heeft de ouder nog wel recht op het ouderschapsverlof van 26 weken, maar betaalt het UWV tijdens de eerste 9 weken niet 50% van het dagloon door. De niet opgenomen weken worden dan opgeteld bij de 17 weken onbetaald ouderschapsverlof. Wel kunnen werkgevers en werknemers hier nog andere afspraken over maken. Het kabinet heeft de regel dat het verlof alleen in het eerste levensjaar van het kind wordt doorbetaald bewust opgenomen. Vooral in het eerste levensjaar is het namelijk belangrijk dat ouders meer tijd krijgen om te wennen aan de nieuwe situatie. Bovendien kunnen ouders dan een goed besluit nemen over de verdeling van hun werk en de zorg van het kind.

Praktische tips

  • Werknemers zonder ziektewetverzekering krijgen na ingang van de wet recht op 6 weken geboorteverlof. Deze werknemers krijgen 1 week hun loon volledig doorbetaald en de andere 5 weken krijgen zij 70% van hun dagloon of het maximum dagloon.
  • Heeft een werknemer een kind geadopteerd of een pleegkind? Dan moet hij het betaald ouderschapsverlof in het eerste jaar opnemen. Dat eerste jaar begint te lopen vanaf de dag na de dag waarop hij het kind heeft geadopteerd of waarop hij het pleegkind heeft opgenomen in zijn gezin.
  • Werknemers bouwen over het betaalde ouderschapsverlof vakantiedagen op. Ook hebben zij recht op vakantietoeslag over deze dagen. Over het onbetaalde ouderschapsverlof bouwen zij geen vakantiedagen op. Ook hebben zij over die periode geen recht op vakantietoeslag.

Pilot Wet Schuldsanering natuurlijke personen

In 2021 heeft Bureau Wsnp de pilot Wet Schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) gestart. Het Bureau Wnsp is onderdeel van de Raad voor Rechtsbijstand. Tijdens deze pilot kunnen Wnsp-bewindvoerders burgers helpen bij het aanvragen van Wsnp. De Wsnp-bewindvoerders krijgen hiervoor een vergoeding. De minister voor Rechtsbescherming hoopt dat meer mensen met schulden doorstromen van de Minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Mnsp) naar de Wsnp. De Mnsp is een vrijwillig schuldentraject, maar de Wsnp is dit niet. Door de doorstroming van mensen met schulden van de Mnsp naar de Wsnp komt er meer controle op hen. Hierdoor komen zij ook echt van hun schulden af. De wet moet hierop in 2022 worden aangepast.

Praktische tip

Ben je Wsnp-bewindvoerder? Dan kun je nog steeds in aanmerking komen voor een vergoeding voor het indienen van een verzoekschrift tot toelating tot de Wsnp. Je moet dan wel in het Register Bewindvoerders Wsnp bij de Raad voor Rechtsbijstand (Bureau Wsnp) ingeschreven staan.

Afschaffing collectiviteitskorting zorgverzekering

De collectiviteitskorting op de zorgverzekering wordt afgeschaft op 1 januari 2023. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zorgverzekeraars de collectiviteitskorting meestal mogelijk maken door een opslag op de premie voor alle verzekerden, die sommige verzekerden dan als collectiviteitskorting terugkrijgen. De bedoeling was om de collectiviteitskorting mogelijk te maken door prijsafspraken te maken met zorgverleners en daarmee te besparen op de zorgkosten.

Praktische tip

Op de aanvullende ziektekostenverzekeringen mag nog wel collectiviteitskorting gegeven worden.

AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd voor de aankomende periode is:

Jaartal AOW-leeftijd
2022 66 jaar + 7 maanden
2023 66 jaar + 10 maanden
2024 67 jaar
2025 67 jaar
2026 67 jaar

 

Koppeling levensverwachting

Stijgt de gemiddelde leeftijdsverwachting met 1 jaar? Dan stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden mee omhoog. Eind 2020 bleek de levensverwachting minder toe te nemen dan verwacht. Daarom blijft de AOW-leeftijd ook in 2026 op 67 jaar. Eind 2021 wordt de balans opnieuw opgemaakt en wordt de AOW-leeftijd voor het jaar 2027 vastgesteld.

Wet delegatiebepalingen tegemoetkoming schrijnende gevallen

Op 1 januari 2022 gaat de Wet delegatiebepalingen tegemoetkoming schrijnende gevallen in. Hiervoor moeten artikelen worden toegevoegd aan de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR)en de Invorderingswet 1990 (IW). In de wet moet een reden voor het toewijzen van een tegemoetkoming opgenomen worden.

Reden toewijzen tegemoetkoming
Heeft de Belastingdienst iets niet goed gedaan of iets helemaal niet gedaan terwijl dat wel van hen verwacht mag worden? En is iemand daardoor in een schrijnende situatie gekomen? Dan mag de minister regels opstellen om een tegemoetkoming aan iemand toe te kennen via een algemene maatregel van bestuur.

Aanleiding
Er loopt een onderzoek of de Belastingdienst onterecht niet heeft meegewerkt aan minnelijke schuldregelingen. Door niet mee te werken aan minnelijke schuldregelingen kan er voor iemand een schrijnende situatie ontstaan. De minnelijke schuldregeling komt dan niet tot stand en de Belastingdienst gaat verder met hun eigen invorderingstraject. Het kabinet wil de gevolgen van het niet goed of helemaal niet handelen door de Belastingdienst oplossen of verzachten.

Delegatiebepaling
Het kabinet heeft voor een algemene delegatiebepaling gekozen, omdat hierdoor iemand in een schrijnende situatie sneller een tegemoetkoming kan krijgen. In de algemene maatregel van bestuur wordt dan vastgelegd wie er in aanmerking komt voor een bepaalde tegemoetkoming en waarom.