Scroll naar boven
Hulp nodig?
Onze servicedesk is van 08:00 tot 17:00 beschikbaar.
Neem contact op via: info@hoffelijk.nl of 010 – 760 11 00

Juridisch

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Algemeen

Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki)

Het wetsvoorstel kwaliteit incassodienstverlening is op 10 mei 2022 aangenomen. Met deze wet komt er een incassoregister en moeten incassobureaus en kopers van vorderingen voldoen aan verschillende eisen om actief te kunnen worden of te blijven in de Nederlandse incassomarkt. Op dit moment is een vergunning niet verplicht. Hierdoor is er vrij weinig toezicht op de incassosector. 

Er komt ook een systeem van toezicht en handhaving. Gedraagt een incassobureau zich niet? Dan wordt het incassobureau uit het incassoregister verwijderd en dan mag het geen incassowerk meer doen.  

De kwaliteitseisen waaraan incassobureaus moeten voldoen, zijn uitgewerkt in een Algemeen Maatregel van Bestuur (AMvB). De wet en de AMvB gaan naar verwachting in op 1 januari 2023.  

Praktische tip

Ook advocaten moeten zich aan de Wki houden. Advocaten hoeven zich niet te laten registeren in het incassoregister, maar zij moeten zich verder wel aan de eisen van de Wki houden. De Deken houdt toezicht op advocaten die zich met hun incassopraktijken richten op particulieren. Houdt een advocaat zich niet aan de regels van de Wki? Dan kan de Deken een last onder dwangsom of een boete opleggen. Verder kan de Deken tuchtrechtelijke maatregelen tegen een advocaat nemen, zoals een schorsing of een royement. 

Verbetering toegang tot het recht

Het verbeteren van de toegang tot het recht is een voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat. Belangrijke maatregelen daarvoor zijn:  

  • verlaging van het griffierecht voor burgers en midden- en kleinbedrijf; en  
  • de herziening van het stelsel van de gefinancierde rechtsbijstand.  

Verder wil het kabinet laagdrempelige alternatieve geschillenbeslechting en herstelrecht beter onder de aandacht brengen. Het gaat erom dat de problemen echt worden opgelost.  

Praktische tip

Bij herstelrecht hebben slachtoffers en daders een actievere rol dan in het gebruikelijke strafrechtsysteem. Denk bij alternatieve geschillenbeslechting aan mediation, geschillencommissies en arbitrage.  

Vernieuwing stelsel voor gefinancierde rechtsbijstand

Het kabinet wil in fasen het stelsel voor de gefinancierde rechtsbijstand vernieuwen. De volgende drie onderdelen staan hierin centraal:

  1. Iedereen moet makkelijk een oplossing voor zijn probleem kunnen vinden.
  2. Er moet goede rechtshulp komen door experts.
  3. Onnodige geschillen tussen burgers en de overheid moeten worden voorkomen.

Bij al deze onderdelen is extra aandacht voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. 

In 2023 start de implementatie- en borgingsfase van het programma. De overheid gebruikt hiervoor goede ervaringen uit de pilots. Daarvoor is geen wetswijziging nodig. Eind 2025 is het stelsel helemaal vernieuwd.

Praktische tip

Maakt een onderneming altijd verlies door de manier waarop het bedrijf is opgezet? Dan zal dit bedrijf zijn voorheffingen nooit mogen verrekenen.

Belastingrecht/Financieel recht

Box 3

De Hoge Raad heeft in 2021 een uitspraak gedaan over het box 3-stelsel. Het box 3-stelsel zou rekening moeten houden met werkelijke rendementen in plaats van fictieve rendementen. Het kabinet had al een herstelplan gemaakt voor de box 3-belasting. Dit herstelplan is samen met de overbruggingswetgeving verduidelijkt op Prinsjesdag. 

Herstelvergoeding bezwaarmakers belastingjaren 2017 - 2020

Heeft een belastingplichtige bezwaar gemaakt tegen de box 3-belasting over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan heeft hij al een herstelvergoeding gekregen. 

De Belastingdienst ging hierbij niet meer uit van een fictieve verdeling, maar van de werkelijke verdeling tussen spaargeld, schulden en beleggingen over deze belastingjaren. 

Daarbij werd voor elk belastingjaar nog wel een fictief rendement gebruikt: 

  • Voor spaargeld is dat de gemiddelde rente op spaargeld van dat belastingjaar. 
  • Voor schulden is dat de gemiddelde rente op hypotheekschulden van dat belastingjaar. 
  • Voor beleggingen is dat een gewogen gemiddeld rendement, zoals dat de afgelopen jaren al gold voor de box 3-belasting. 

De gemiddelde rente op spaargeld en hypotheekschulden kwam daarmee dus wel dichter bij de werkelijkheid te liggen in die belastingjaren. 

Herstelvergoeding niet vastgesteld of opgelegd belastingjaren 2017 – 2020

Staat de aanslag van een belastingplichtige nog niet vast of is deze nog niet opgelegd over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan krijgt deze belastingplichtige ook de herstelvergoeding. 

Deze belastingplichtige krijgt automatisch deze herstelvergoeding vanaf halverwege september 2022. 

De herstelvergoeding houdt in dat belastingplichtigen geen belasting hoeven te betalen als de nieuwe berekening nadelig blijkt te zijn. 

Geen herstelvergoeding niet-bezwaarmakers belastingjaren 2017 – 2020

Heeft een belastingplichtige geen bezwaar gemaakt tegen de box 3-belasting over de belastingjaren 2017 tot en met 2020? Dan heeft hij geen recht op een herstelvergoeding. Dit heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt. 

Het kabinet kon er nog wel voor kiezen om uiteindelijk toch deze belastingplichtigen volledig of gedeeltelijk te compenseren. Het kabinet heeft duidelijk gemaakt deze belastingplichtigen niet te compenseren. 

Herstel belastingjaren 2021 en 2022

Heeft een belastingplichtige een box 3-inkomen in het belastingjaar 2021? Dan kon hij vanaf augustus opnieuw belastingaangifte doen en een definitieve aanslag verwachten. De Belastingdienst ging dan uit van de werkelijke verdeling en het fictief rendement, zoals we hierboven hebben benoemd. 

Dezelfde berekening geldt voor het belastingjaar 2022.  

Overbruggingsjaren 2023 - 2025

Het kabinet heeft een wetsvoorstel uitgewerkt voor de belastingjaren 2023, 2024 en 2025. Hierin houdt het kabinet ook rekening met de werkelijke verdeling tussen spaargeld, schulden en beleggingen. 

Er zit een verschil tussen het herstel en de overbruggingsjaren. Bij het herstel werd de nieuwe berekening vergeleken met de oude berekening. Was de uitkomt nadelig? Dan hoefde de belastingplichtige geen belasting bij te betalen. Bij de overbruggingsjaren wordt deze vergelijking niet gemaakt en geldt direct de nieuwe berekening. 

Daarbij gelden wel de volgende aanpassingen vanaf 2023: 

  • Het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd naar € 57.000,- per belastingplichtige. Voor fiscaal partners is het heffingsvrij vermogen dus € 114.000,-. 
  • Het belastingtarief wordt jaarlijks verhoogd met 1 procentpunt. In 2023 is het belastingtarief dus 32%, in 2024 is dat 33% en in 2025 is dat 34%. 

Nieuw box 3-stelsel vanaf 2026

Het nieuwe box 3-stelsel zal vanaf het belastingjaar 2026 gelden in plaats van 2025. De Belastingdienst gaat dan uit van het werkelijke rendement op spaargeld, schulden en beleggingen. 

Vermogensaanwasbelasting

Het kabinet stelt een vermogensaanwasbelasting voor. Belastingplichtigen betalen hierdoor jaarlijks belasting over het rendement dat zij maken over de werkelijke inkomsten in box 3. 

Het gaat dan om de volgende werkelijke inkomsten: 

  • rente; 
  • dividend; 
  • huur; 
  • pacht; 
  • waardeontwikkeling aandelen; en 
  • waardeontwikkeling onroerend goed. 

Financiële instellingen kunnen de meeste gegevens jaarlijks verstrekken aan de belastingplichtige. Dit geldt in ieder geval voor spaargeld en voor beleggingsproducten. 

Waardeontwikkeling aandelen 

De Belastingdienst bepaalt de beginwaarde van aandelen op 1 januari van het kalenderjaar en de eindwaarde op 31 december van hetzelfde kalenderjaar. De stortingen worden opgeteld bij de beginwaarde. De onttrekkingen worden afgehaald van de beginwaarde. Hiermee berekent de Belastingdienst de vermogensaanwas van aandelen per kalenderjaar. 

Kan de belastingplichtige deze belastingaanslag niet betalen? Dan kan de belastingplichtige een verzoek doen bij de Belastingdienst om uitstel van betaling. 

Praktische tip

Een nadeel van de vermogensaanwasbelasting is dat belastingplichtigen jaarlijks de waarde moeten bepalen en de stortingen en onttrekkingen moeten bijhouden om de vermogensaanwas te kunnen bepalen. Daarmee krijgt de belastingplichtige een administratieplicht erbij. 

Waardeontwikkeling onroerend goed 

Het kabinet wil de waardeontwikkeling van onroerend goed tijdelijk blijven belasten door een fictief rendement na de invoering van het nieuwe stelsel. Dit komt doordat de Belastingdienst de gegevens niet beschikbaar heeft om de werkelijke waardeontwikkeling te belasten. De Belastingdienst belast wel de werkelijke huurinkomsten en pachtinkomsten van onroerend goed. 

Overige bezittingen 

Het kabinet onderzoekt nog hoe het werkelijk rendement op de volgende bezittingen belast kan worden in box 3: 

  • contant geld; 
  • kapitaalverzekeringen; 
  • lijfrenteverzekeringen; en 
  • cryptovaluta. 

Aftrekbare kosten 

Het kabinet onderzoekt nog op welke manier kosten aftrekbaar zijn die de belastingplichtige maakt in relatie tot de inkomsten in box 3. Verder onderzoekt het kabinet nog of verliesverrekening mogelijk wordt in box 3. 

Heffingsvrij inkomen 

Het heffingsvrij vermogen vervalt in het nieuwe stelsel. Het kabinet wil graag een heffingsvrij inkomen per fiscaal partner invoeren. De hoogte hiervan is nog niet bekend. 

Tarief

Hetzelfde geldt voor het tarief. Op dit moment geldt een vast tarief. Dit kan het kabinet wijzigen naar een oplopend tarief. 

Vrijstellingen 

Het kabinet wil verder de vrijstellingen in box 3 behouden. Denk hierbij aan de vrijstelling voor bijvoorbeeld groene beleggingen. 

Schulden 

Het is niet meer mogelijk om schulden te verrekenen met de bezittingen in box 3 in het nieuwe stelsel. De volgende onderdelen horen bij het inkomen in box 3: 

  • de te betalen rente op vorderingen en schulden; 
  • het verschil in waarde door afwaardering, kwijtschelding of verschil in valuta. 

De te betalen rente is negatief inkomen voor de schuldenaar in box 3. 

Arbeidsrecht

Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties 

Het kabinet wil betere regels, zodat duidelijker is of iemand werknemer of zelfstandige zonder personeel is. Het Handboek Loonheffingen is al aangepast. En de pilot webmodule beoordeling arbeidsrelaties loopt nog. Nu zet het kabinet in op het duidelijker maken van de gezagsverhouding tussen werkenden en werkgevers. Het kabinet laat ook de pilot webmodule beoordeling arbeidsrelaties verder ontwikkelen. Werkenden en werkgevers kunnen dan handig gebruik blijven maken van de webmodule om zoveel mogelijk duidelijkheid te krijgen over de juridische kwalificatie van hun arbeidsrelatie.  

Betere bescherming flexkrachten

Het kabinet wil de positie verbeteren van flexibele werknemers in tijdelijke contracten, oproepcontracten en uitzendcontracten. Nu zijn die contracten namelijk vaak in het voordeel van de werkgever. De werknemer kan daardoor minder gemotiveerd zijn, omdat hij geen zekerheid over zijn toekomst heeft.

Flexibele arbeidsrelaties moeten niet gebruikt worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Verder is het belangrijk om de inkomenszekerheid van mensen te verbeteren. De Sociaal Economische Raad (SER) adviseert daarom om het geven van een vast contract voor werkgever aantrekkelijker te maken. Het kabinet neemt dit advies dus over. Het kabinet wil dit omzetten in wetgeving die de rechten van flexibele werknemers meer laat aansluiten bij de rechten van vaste werknemers. Bijvoorbeeld door oproepcontracten, uitzendcontracten en de ketenbepaling te veranderen. Ook moet er een arbeidscommissie komen om voor een makkelijke toegang tot conflictbeslechting te zorgen.

Over deze onderwerpen is het kabinet ook nog in gesprek met sociale partners.

Praktische tip

Check regelmatig de arbeidscontracten binnen jouw bedrijf en actualiseer de contracten waar nodig. Kijk naar nieuwe wetgeving op het gebied van het arbeidsrecht, maar kijk ook naar fiscale wetgeving. Het is fiscaal voordeliger om jouw werknemers een vast contract te geven dan een contract voor een bepaalde periode.   

De maatregelen heeft het kabinet uitgewerkt in een hoofdlijnenbrief (p. 10 – 16). 

Stimulans arbeidsmarktpositie (STAP)

Is iemand 18 jaar of ouder? En heeft diegene een band met de Nederlandse arbeidsmarkt? Dan kan hij of zij het STAP-budget van maximaal € 1.000,- per jaar aanvragen bij het UWV. Maar niet alle groepen in de samenleving volgen evenveel scholing. Het kabinet reserveert daarom meer STAP-budget voor mensen die minder onderwijs hebben gevolgd totdat ze gaan werken. Zij hebben namelijk een kwetsbaardere positie op de arbeidsmarkt. Het kabinet wil vanaf 2023 extra geld toevoegen aan de STAP-regeling voor mensen die maximaal een mbo-diploma hebben op niveau 4. Naast extra middelen, zet het kabinet ook meer beleid in om deze groep extra te ondersteunen. 

Praktische tips

  • Check op de website van het UWV of een opleider een erkend STAP-opleider is.  
  • Is het STAP-budget op? Probeer het dan een volgend tijdvak nog een keer. 

Transitievergoeding MKB

Kleine werkgevers hebben recht op compensatie van de transitievergoeding als de onderneming wordt beëindigd en zij voldoen aan de voorwaarden. Het gaat om kleine werkgevers die met hun onderneming stoppen door pensioen of overlijden. De compensatiemogelijkheid bij het stoppen van een onderneming door ziekte geldt sinds midden 2022. 

De compensatie van de transitievergoeding geldt nog niet bij het beëindigen van een onderneming door ziekte. Het is namelijk niet duidelijk of het mogelijk is om hiervoor een werkbaar sociaal-medisch beoordelingskader op te stellen. Het maken van zo een kader blijkt heel ingewikkeld te zijn. Het kabinet heeft daarom besloten om de compensatie van de transitievergoeding bij ziekte in ieder geval niet eerder in te laten gaan dan 1 januari 2024. Het kabinet gaat onderzoeken of het mogelijk is om de regeling in te laten gaan vanaf 1 januari 2024.  

Praktische tips

De aanvraag voor compensatie doe je via een digitaal formulier in het werkgeversportaal van UWV. 

Wet tegemoetkomingen loondomein

Het kabinet is bezig met een wetsvoorstel dat de systematiek van de loonkostenvoordelen (LKV’s) moet veranderen vanaf 1 januari 2025:  

  • Nieuwe werkgevers kunnen LKV krijgen voor een werkgever die een doelgroepverklaring heeft gekregen die nog geldig is. Dit geldt voor het LKV Ouderen, het LKB Arbeidsgehandicapten en het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer 
  • Het LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer krijgt aangepaste voorwaarden. Hierdoor komen werkgevers sneller in aanmerking voor dit LKV. 
  • Het wetsvoorstel regelt dat het Lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2025.  

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Het kabinet wil dat werken beter loont en ook het bestaansminimum verbeteren. Dit wil het kabinet onder andere bereiken door het wettelijk minimumloon te verhogen in stappen. Het kabinet wil het minimumloon vanaf 1 januari 2023 verhogen met 8,05%. Het minimumloon stijgt vanaf 1 januari 2023 met 10,15% met de reguliere indexatie daarbij opgeteld.  

Praktische tips

Houd er rekening mee dat de AOW meestijgt met het minimumloon. Volgens het kabinet is daardoor een aanvullende inkomensondersteuning IOAOW niet meer nodig. Daarom verlaagt het kabinet de IOAOW in 2023 en schaft het kabinet het af in 2025. Dit leidt tot een hoger inkomen bij AOW-gerechtigden. Gepensioneerden met weinig of geen aanvullend pensioen kunnen daardoor beter de stijgende kosten van levensonderhoud opvangen.  

Ondernemingsrecht

Box 2 krijgt twee schijven

Het kabinet wil dat er twee schijven komen in box 2 vanaf 2024.  

De tarieven over het box 2-inkomen gaan er dan vanaf 2024 zo uitzien:  

  2024 
Eerste schijf (tot en met € 67.000,-)  24,5% 
Tweede schijf (meer dan67.000,-)  31% 

De invoering van het tweeschijvenstelsel moet ervoor zorgen dat aanmerkelijkbelanghouders jaarlijks winst gaan uitkeren. Hierdoor vermijdt het kabinet belastinguitstel. Verder wordt de belastingdruk meer gelijk aan het toptarief in box 1. Dit komt omdat dit tweeschijvenstelsel een belastingverhoging is voor aanmerkelijkbelanghouders die een hoger inkomen hebben dan de eerste schijfgrens. De komst van de twee schijven in box 2 moet gaan zorgen voor een meer gelijke fiscale behandeling van belastingplichtigen met inkomsten uit werk ten opzichte van aanmerkelijkbelanghouders. Het tweeschijventarief betekent voor aanmerkelijkbelanghouders namelijk een lastenverhoging. Hierdoor behaalt het kabinet meer belastingopbrengsten.  

Bij een fiscaal partnerschap is het mogelijk het inkomen uit aanmerkelijk belang zo te verdelen dat het lage tarief geldt voor het inkomen van beide partners uit aanmerkelijk belang.  

Het kabinet laat weten de tariefschijven jaarlijks aan te passen aan de inflatie.  

Het kabinet is niet van plan de maatregel te evalueren. Dit komt omdat de maatregel duidelijke doelen dient en de fiscale behandeling van werkenden al in andere onderzoeken voorkomt. 

Praktische tips

  • Weet dat fiscale partners de belastbare winst uit een bedrijf van één van hen niet tussen hen kunnen verdelen.
  • Adviseer je iemand om een deel van het inkomen uit aanmerkelijk belang aan een fiscaal partner toe te rekenen? Houd er dan in je advisering rekening mee dat hiervoor twee voorwaarden gelden:
  1. Ten minste één partner moet aan het vermogen uit aanmerkelijk belang kunnen voldoen.
  2. De partners moeten in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven op hetzelfde adres.

Is niet aan beide voorwaarden voldaan? Dan is er geen aanmerkelijk belang dat de fiscale partners kunnen verdelen. Dit is in 2018 in lagere rechtspraak bevestigd.

Verlaging schijfgrens vennootschapsbelasting

Het kabinet wil de grens in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting (Vpb) verlagen van € 395.000,- naar € 200.000,- vanaf 1 januari 2023. Bedrijven betalen hierdoor eerder het hoge Vpb-tarief van 25,8% vanaf 1 januari 2023. Het kabinet wil het lage tarief verhogen van 15% naar 19%. 

De tarieven zijn in 2023 dan als volgt: 

  2023 
Eerste schijf (tot en met 200.000,-)  19% 
Tweede schijf (meer dan200.000,-)  25,8% 

Het doel van de wijzigingen is het bereiken van een betere balans in het belasten van werknemers, IB-ondernemers en dga’s. Het kabinet evalueert het lage tarief in de Vpb in 2024.  

Praktische tip

Let erop dat de grens van de eerste schijf voor de Vpb in 2022 nog is verhoogd van € 245.000,- naar 395.000,-. Dit had tot gevolg dat ondernemers hun bedrijfsactiviteiten splitsten om onder de schrijfgrens te blijven. De grens gaat naar200.000,- vanaf 1 januari 2023 om dit effect dus tegen te gaan 

Verdere verlaging zelfstandigenaftrek

Het kabinet wil de zelfstandigenaftrek nog sneller afbouwen. Het kabinet wil met deze maatregel de verschillen in belastingheffing tussen werknemers en zelfstandigen kleiner maken. De zelfstandigenaftrek is € 6.310,- in 2022 en moet in 2027 zijn teruggebracht tot € 900,-. Tijdens de kabinetsperiode krijgen zelfstandigen een compensatie doordat de arbeidskorting wordt verhoogd.  

De startersaftrek verandert niet en blijft € 2.123,-. Het kabinet past de startersaftrek niet aan, omdat deze een ander doel heeft dan de zelfstandigenaftrek. De startersaftrek heeft namelijk het doel ondernemerschap aan te moedigen en te zorgen dat mogelijke starters sneller bereid zijn om een startersrisico te nemen. Wel evalueert het kabinet de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek in 2023. Dit kan een aanleiding zijn om de startersaftrek in de toekomst wel te wijzigen.  

Praktische tips

  • Voor de zelfstandigenaftrek kom je in aanmerking als je een ondernemer bent en minimaal 1.225 uur per jaar aan jouw bedrijf besteedt. Dit kan dus ook naast je werk in loondienst zijn. Zorg er wel voor dat je meer uren aan jouw bedrijf besteedt dan aan je werkzaamheden in loondienst. 
  • Het bedrag van de zelfstandigenaftrek is nooit meer dan de winst voor de aftrek voor zelfstandigen of starters. Gebruik je in een jaar niet het hele bedrag van de aftrek? Dan mag je het restbedrag in de volgende 9 jaar verrekenen.

Uitzondering vervalt op gebruikelijkloonregeling voor innovatieve start-ups

Sinds 2017 wordt de gebruikelijkloonregeling versoepeld voor innovatieve start-ups. Innovatieve start-ups mogen het belastbaar loon vaststellen op het wettelijk minimumloon voor de duur van 3 jaar. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de maatregel in 2022 negatief geëvalueerd. Uit de evaluatie volgt dat maar een klein deel van de innovatieve start-ups van de regeling gebruikmaakt. Er zijn namelijk ook andere opties om dit voor innovatieve ondernemers goed in te richten. Daardoor draagt de regeling niet bij aan het doel waarvoor deze in het leven is geroepen, namelijk ervoor te zorgen dat de liquiditeitspositie van innovatieve start-ups verbetert. Op die manier wilde het kabinet het starten van innovatieve start-ups aanmoedigen. Omdat de regeling dit doel niet bereikt, wil het kabinet de regeling daarom laten vervallen vanaf 1 januari 2023. 

Er geldt overgangsrecht bij deze regeling. Aanmerkelijkbelanghouders die in 2022 al gebruikmaakten van de regeling, mogen daarom de regeling blijven toepassen. Het overgangsrecht vervalt op 1 januari 2025. 

Praktische tip

Wil jouw klant weten of hij in aanmerking komt voor de normale gebruikelijkloonregeling? Wijs hem er dan op dat de start-up waarvoor hij werkt aan drie voorwaarden moet voldoen:

  • De start-up heeft een S&O-verklaring waarin het startersvoordeel staat.  
  • De start-up heeft recht op het verhoogde starterspercentage. 
  • De start-up zit onder de ‘de-minimisgrens’. 

Jouw klant moet ook een aanmerkelijk belang in de start-up hebben. Is hij niet verzekerd voor de werknemersverzekering? Dan mag hij meteen gebruikmaken van de gebruikelijkloonregeling. Is hij wel verzekerd? Wijs jouw klant er dan op dat hij eerst een de-minimisverklaring bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) moet indienen. Meer informatie vind je op deze pagina van de RVO.  

  • Heeft jouw klant een start-up, waarbij hij voor één of meerdere bedrijven werkt en heeft hij daarin ook een aanmerkelijk belang? En verdient hij minder dan € 5.000,-? Wijs jouw klant er dan op dat hij dit aantoont bij de Belastingdienst. Hij mag dan het loon opgeven dat hij daadwerkelijk krijgt.

Sociaal-zekerheidsrecht

Verlaging eigen bijdrage huurtoeslag

In het programma ‘Een huis voor iedereen’ werkt de overheid aan voldoende betaalbare woningen. De huurverlaging voor huurders met een laag inkomen in een huurhuis van een woningcorporatie combineert de overheid met een hogere huurtoeslag. De woonlasten voor de groep huurders met een laag inkomen komen zo nog iets lager uit. Deze groep huurders ontvangt vanaf januari 2023 maandelijks € 16,94 extra huurtoeslag door een lagere eigen bijdrage.  

Praktische tip

Controleer altijd goed of alle gegevens kloppen bij de voorlopige huurtoeslag van de Belastingdienst. Veranderen inkomensgegevens in 2023? Maak dan een nieuwe berekening voor de huurtoeslag op www.toeslagen.nl om te zien of de voorlopige huurtoeslag nog klopt.   

Inkomensondersteuning AOW (IOAOW) 

Het kabinet wil de IOAOW in 2023 en 2024 in stappen afbouwen en in 2025 afschaffen. In 2023 en 2024 is de hoogte van de IOAOW € 5,- per maand. Dit wordt vooral gedaan om de koppeling van de AOW aan de verhoging van het wettelijk minimumloon te bekostigen.  

Verbintenissenrecht

Versterking positie consument 

De consument moet bij online aankopen even goed beschermd worden als bij aankopen in een winkel. De overheid zet zich daarom in 2023 in voor:  

  • de bescherming van consumenten bij aankopen via online platforms;  
  • het opkomen voor consumentenbelangen in een computergestuurde en digitale wereld; en  
  • veilige consumentenproducten bij aankopen via online platforms van buiten de Europese Unie. 

Praktische tip

Richten online platforms van buiten de Europese Unie zich met hun producten op Nederlandse consumenten? Dan moeten zij zich aan de Europese en Nederlandse consumentenregels houden.  

Digital Markets Act (DMA) 

In de DMA staan vooral regels voor grote online platforms. De Europese Commissie noemt ze gatekeepers’. Gatekeepers zijn de zogenaamde ‘core platform services, zoals zoekmachines, sociale netwerken en videodeeldiensten. Dit zijn allemaal grote bedrijven die andere bedrijven toegang geven tot hun klanten. De DMA moet de keuzevrijheid van consumenten en ondernemers verbeteren en concurrentie op digitale markten vergroten. De overheid blijft goed op de grote platforms letten in 2023. Ook maakt de overheid de implementatiewetgeving voor de DMA. Samen met de toezichthouder Autoriteit Consument & Markt gaat de overheid ondernemers voorlichten over de DMA. 

Overige onderwerpen

Ben je ook benieuwd naar de ontwikkelingen binnen de financiële dienstverlening en de financiële zorgsector? Neem dan vooral een kijkje bij onderstaande thema’s.