Scroll naar boven
Hulp nodig?
Onze servicedesk is van 08:00 tot 17:00 beschikbaar.
Neem contact op via: info@hoffelijk.nl of 010 – 760 11 00

Ondernemer

  • In dit hoofdstuk:

    De zelfstandigenaftrek zal sneller worden afgebouwd dan eerder voorgesteld. Andere wijzigingen die we in dit thema behandelen zijn de aanpassingen van de vennootschapsbelasting en de verhoging van de effectieve innovatiebox.

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Ondernemer getallen

Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd. Het kabinet wil met deze maatregel de verschillen in belastingheffing tussen werknemers en zelfstandigen kleiner maken.

Vanaf 1 januari 2021 daalt de zelfstandigenaftrek met € 360,- per jaar. In 2021 is de zelfstandigenaftrek € 6.670,-. Vervolgens daalt de aftrek tot en met 2027 met € 360,- per jaar. De maximale zelfstandigenaftrek wordt in 2022 dus verlaagd naar € 6.310,-. Vanaf 1 januari 2028 daalt de aftrek met € 110,- per jaar, tot een bedrag van € 3.240,- in het jaar 2036.

Gedeeltelijke verlaging vennootschapsbelasting
De grens in de eerste schijf van de vennootschapsbelasting wordt verhoogd van € 245.000,- naar € 395.000,-.

De tarieven wijzigen niet en zijn in 2022 als volgt:

2022
Eerste schijf (tot € 395.000,-) 15%
Tweede schijf (vanaf € 395.000,-) 25%

Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten

Onder de huidige fiscale regeling moet belasting worden betaald over optierechten om aandelen te kopen op het moment dat de optierechten worden uitgeoefend en aandelen worden geleverd. Het nadeel hiervan is dat er op het moment van uitoefening van een aandelenoptierecht vaak niet genoeg liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde belasting te betalen. Hierdoor zijn aandelenoptierechten als loon minder aantrekkelijk, voornamelijk als personeel of mogelijke investeerders het belangrijk vinden dat er een goede aandelenoptieregeling is in de onderneming waarvoor zij willen werken of waarin zij willen investeren. Het wetsvoorstel Wet aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten moet de fiscale regeling aantrekkelijker maken om aandelenoptierechten als loon te geven. Het heffingsmoment van uitoefening van een aandelenoptierecht wordt namelijk verschoven naar het moment waarop de verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Er zijn dan namelijk liquide middelen aanwezig waarmee de verschuldigde belastingen kunnen worden voldaan. Het wetsvoorstel kent een keuzeregeling, waardoor het onder voorwaarden mogelijk blijft dat de heffing bij uitoefening plaatsvindt. De werknemer kan hier dan zelf voor kiezen. De maatregel zal gaan gelden voor elke inhoudingsplichtige die een werknemer een aandelenoptierecht aanbiedt. Wordt het wetsvoorstel aangenomen? Dan gaat de wet vanaf 1 januari 2022 in.

Praktische tips

  • Adviseer je een klant die als werkgever aandelenopties aan zijn werknemers wil geven? Wijs hem er dan op dat de werknemer als inhoudingsplichtige schriftelijk de keuze van de werknemer vast moet leggen in zijn administratie op het moment dat het wetsvoorstel ingaat.
  • Zijn de aandelen na uitoefening van het optierecht direct verhandelbaar? Dan vindt heffing wel direct plaats. Het heffingsmoment verandert dan dus niet vergeleken met de oude regeling.
  • Adviseer je een beursvennootschap die aandelenoptierechten geeft aan zijn werknemers? Let er dan op dat het heffingsmoment bij een wettelijke of contractuele beperking tot maximaal 5 jaar na uitoefening van het aandelenoptierecht mag worden uitgesteld. Dit om een oneindig uitstel van heffing te vermijden.

Betrokkenheid flexkrachten bij de medezeggenschap vergroten

In 2020 heeft het kabinet aangegeven via het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2022 de Wet op de ondernemingsraden te willen aanpassen om flexkrachten meer te betrekken bij de medezeggenschap. Hiervoor worden de termijnen voor actief en passief kiesrecht verkort van 6 en 12 maanden naar 3 maanden. Daarnaast zal de periode waarna uitzendkrachten medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener worden verkort van 24 naar 15 maanden. Dit betekent kort gezegd dat een uitzendkracht:

  • na 15 maanden medezeggenschapsrechten opbouwt; en
  • na 18 maanden actief en passief kiesrecht heeft in de onderneming van de inlener.

Het wetsvoorstel gaat mogelijk in op 1 januari 2022. De Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten het wetsvoorstel eerst nog goedkeuren.

Praktische tip

Is jouw cliënt een werkgever die flexkrachten inleent en gaat het wetsvoorstel in? Wijs hem er dan op dat de flexkrachten al na 15 maanden mee gaan tellen voor het getalscriterium van 50 werknemers, voordat het instellen van een ondernemingsraad verplicht wordt.

Praktische tip

Adviseer je een onderneming over een voorgenomen fusie en gelden de SER-Fusiegedragsregels 2015? Wijs jouw cliënt er dan op dat de definitie die in de SER-Fusiegedragsregels 2015 staat van het aantal werkzame personen, heel waarschijnlijk ook zal worden aangepast aan de aanpassingen in de Wet op de ondernemingsraden.

Milieu-investeringsaftrek

De percentages van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) worden op 1 januari 2022 verhoogd naar 27%, 36% en 45%. Hiermee moet het aantrekkelijker worden voor ondernemers om te investeren in duurzame bedrijfsmiddelen. Jaarlijks wordt een milieulijst in de Staatscourant gezet met bedrijfsmiddelen waarbij de MIA gebruikt mag worden. Een belangrijke voorwaarde is dat het duurzame bedrijfsmiddel voldoet aan de eisen van de omschrijving op de milieulijst. Hierbij wordt ook aangegeven welk percentage aan investeringsaftrek geldt. Het percentage is het gedeelte van de investering in het bedrijfsmiddel dat van de fiscale winst afgetrokken mag worden. Dit percentage hangt af van de duurzaamheid en bruikbaarheid van het bedrijfsmiddel.

Praktische tips

  • Klik hier voor de lijst met bedrijfsmiddelen voor de MIA van 2021.
  • Iedere onderneming die in Nederland inkomsten- of vennootschapsbelasting betaalt, mag gebruikmaken van de MIA. Klik hier voor een volledige lijst met de voorwaarden van de MIA.
  • Voor hetzelfde bedrijfsmiddel kun je niet tegelijk de MIA en de energie-investeringsaftrek krijgen.
  • Voldoe je aan de voorwaarden om de MIA te krijgen? Dan mag daarnaast ook gebruik worden gemaakt van de Willekeurige afschrijvingen milieu-investeringen (Vamil). Door de Vamil mag tot 75% van de investeringskosten van een duurzaam bedrijfsmiddel afgeschreven worden op een moment naar keuze in het jaar. De Vamil en MIA maken gebruik van dezelfde milieulijst en voorwaarden.

Vrijstelling voor Subsidie vaste lasten en Subsidie financiering vaste lasten startende MKB-ondernemingen

De Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 en de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (hierna: Subsidie vaste lasten) bieden ondernemingen die door de coronacrisis zijn geraakt onder voorwaarden een tegemoetkoming. Volgens de fiscale wet- en regelgeving horen subsidies of vergoedingen die ondernemingen ontvangen normaal gesproken bij de belastbare winst. In het belastingplan 2021 wordt de Subsidie vaste lasten vrijgesteld van inkomsten- en vennootschapsbelasting. Dit om te zorgen dat ondernemers niet in liquiditeitsproblemen komen en hun vaste lasten kunnen blijven betalen. Ondertussen is de toepassing van de Subsidie vaste lasten al meerdere keren verlengd en geldt de regeling ook voor startende MKB-ondernemingen. Deze subsidies zullen niet tot de winst behoren. Hierdoor wordt vermeden dat er hierover inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting kan worden geheven. Wel moet er goedkeuring van de Europese Commissie worden verkregen voor de belastingvrijstelling in de periode waarvoor de subsidie geldt.

Praktische tips

  • De Subsidie vaste lasten kan alleen worden aangevraagd door ondernemers in het MKB die tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 voor het eerst hun onderneming hebben ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  • Maakt de onderneming onderdeel uit van een groep? Dan kan de onderneming de subsidie alleen aanvragen als alle verbonden ondernemingen binnen die groep op of na 1 oktober 2019 zijn gestart.
  • Heeft jouw cliënt omzetverlies door de coronamaatregelen en daardoor moeite om de vaste lasten van de onderneming te betalen? Wijs hem er dan op dat hij de Subsidie vaste lasten kan aanvragen. Dit kan tot en met 26 oktober 2021 17.00 uur.

Verlenging geldigheidsduur gebruikelijkloonregeling innovatieve start-ups met een jaar

Vanaf 2017 is de gebruikelijkloonregeling versoepeld voor innovatieve start-ups. Hierdoor mag het belastbare loon van directeur-grootaandeelhouders van innovatieve start-ups voor de gebruikelijkloonregeling gelijk worden gesteld aan het wettelijk minimumloon. Deze maatregel moet innovatieve start-ups stimuleren door hun liquiditeitspositie te verbeteren. Eerder is bepaald dat de bepaling zal komen te vervallen op 1 januari 2022 als de maatregel niet positief zou worden geëvalueerd. Deze vervaldatum wordt nu verschoven naar 1 januari 2023, omdat de evaluatie nog niet is afgerond.

Praktische tips

  • Gebruikt jouw cliënt de gebruikelijkloonregeling voor start-ups? Dan mag hij het wettelijk minimumloon gebruiken als gebruikelijk loon. Is het gebruikelijk loon lager? Dan mag het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking worden gebruikt. Dit moet jouw cliënt dan aannemelijk maken.
  • Je komt in aanmerking voor de gebruikelijkloonregeling als:
    • je werknemer bent van je start-up;
    • je als werknemer een aanmerkelijk belang hebt in je bedrijf; en
    • jouw bedrijf een S&O-verklaring (WBSO) heeft waarin startersvoordeel is toegekend.
  • Voldoet jouw cliënt aan alle voorwaarden voor de gebruikelijkloonregeling en is hij verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Wijs hem er dan op dat hij eerst een de-minimisverklaring moet indienen. Pas daarna kan hij gebruikmaken van de gebruikelijkloonregeling. Is hij niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen? Dan kan hij meteen gebruikmaken van de gebruikelijkloonregeling.
  • Heeft jouw cliënt maar voor een deel van het kalenderjaar een S&O-verklaring gekregen en heeft hij recht op het verhoogde starterspercentage? Dan geldt de gebruikelijkloonregeling toch voor het hele kalenderjaar.
  • De gebruikelijkloonregeling voor start-ups mag voor maximaal 3 jaar worden toegepast.

Verrekening vennootschapsbelasting

Vanaf 2022 kunnen bedrijven de vooraf betaalde dividendbelasting alleen nog verrekenen met de te betalen vennootschapsbelasting (Vpb). Er vindt geen teruggave meer plaats. Er kan alleen worden verrekend met de eindheffing als de eindheffing groter is dan de voorheffing of gelijk is aan de voorheffing. Is dit niet het geval? Dan wordt het verrekenen van de voorheffing doorgeschoven naar een jaar waarin de eindheffing wel groter is dan de voorheffing. Dit kan onbeperkt vooruitgeschoven worden. Is de eindheffing in een jaar wel groter dan de voorheffing? Dan wordt eerst de voorheffing van dat jaar verrekend en daarna de afgelopen jaren waarin de voorheffing niet is verrekend. Voordat een voorheffing vooruitgeschoven mag worden naar een ander jaar om te verrekenen moet deze wel zijn vastgesteld door een belastinginspecteur.

Praktische tip

Maakt een onderneming altijd verlies door de manier waarop het bedrijf is opgezet? Dan zal dit bedrijf zijn voorheffingen nooit mogen verrekenen.