Scroll naar boven

Woning

  • In dit hoofdstuk:

    Om de verhoudingen binnen de woningmarkt te verbeteren, is een aantal zaken gewijzigd. De overdrachtsbelasting voor starters wordt afgeschaft en er zijn maatregelen voor huurders opgesteld.

Let op: Niet alle voorstellen zijn definitief. Deze zijn pas definitief na akkoord van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Aanpassingen wettelijke eigenwoningregeling

De staatssecretaris van Financiën wil het goedkeurend besluit van 30 januari 2018 in de wet opnemen. De staatssecretaris wil daarnaast de wettelijke eigenwoningregeling aanpassen in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2022. De wijzigingen moeten ingaan op 1 januari 2022.

De staatssecretaris wil losse regels maken over:

  • de eigenwoningreserve;
  • de genoten hypotheekrenteaftrek;
  • de aflossingsstand; en
  • de bestaande eigenwoningschuld.

De staatssecretaris wil er met de regels voor zorgen dat minder belastingplichtigen met een eigen woning, te maken krijgen met een vermindering van de hypotheekrenteaftrek. Het voordeel van deze losse regels is dat de onderdelen van het eigenwoningverleden los van elkaar kunnen worden gebruikt. Dit kan namelijk niet met het goedkeurend besluit. Verder wil de staatssecretaris de regels over het eigenwoningverleden bij overlijden makkelijker maken. Ook wordt de langstlevende partner niet langer onnodig geconfronteerd met het eigenwoningverleden van de overleden partner.

Eigenwoningreserve

De eigenwoningreserve is en blijft persoonlijk. In de nieuwe wet wordt de eigenwoningreserve dus bijna nooit meer gedeeld. De eigenwoningreserve wordt nog wel gedeeld als sprake is van boedelmenging door een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen of door het wijzigen van huwelijkse voorwaarden. De eigenwoningreserve moet hierbij aanwezig zijn voor het huwelijk of voor het wijzigen van huwelijkse voorwaarden.

Huurt een stel een woning, waarbij één van de partners een eigenwoningreserve heeft en waarbij zij voldoen aan deze voorwaarden? Dan delen zij dus na het huwen in algemene gemeenschap van goederen ook de eigenwoningreserve. Het maakt hierbij niet uit of de eigenwoningreserve als geldbedrag aanwezig is. In alle andere partnerschapssituaties blijft de eigenwoningreserve dus persoonlijk.

Praktische tip

Een eigenwoningreserve vervalt na 3 jaar. Is het huwelijk binnen deze termijn van 3 jaar aangegaan, maar ook weer geëindigd na deze termijn van 3 jaar? Dan is de eigenwoningreserve overgegaan op de andere echtgenoot, maar ook weer vervallen. In dat geval hebben allebei de echtgenoten dus geen eigenwoningreserve meer na het huwelijk, omdat de eigenwoningreserve 3 jaar geldig is.

Eigenwoningreserve bij het samen kopen en financieren
Koopt een stel samen een woning en wil het stel de financiering samen aangaan? Dan mogen zij de verwervingskosten verminderd met de eigenwoningreserve als maximale eigenwoningschuld aangaan. De maximale eigenwoningschuld wordt dus niet langer per belastingplichtige vastgesteld in de nieuwe wet, maar voor de belastingplichtige en zijn partner samen.

Zou een deel van de schuld niet tot de eigenwoningschuld behoren door de bestaande regeling? Dan wordt dit deel van de schuld alsnog als eigenwoningschuld gezien. De nieuwe regeling geldt in alle partnerschapssituaties.

Voorbeeld
Mark en Marleen zijn getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen. Zij kopen samen een eigen woning van € 200.000,-. Mark heeft een eigenwoningreserve van € 50.000,-. Zij financieren de eigen woning samen met een bedrag van € 150.000,-.

Bestaande regeling eigenwoningreserve
De uitwerking volgens de bestaande regeling is dan als volgt:

Bestaande regeling Mark Marleen
Box 1 € 100.000,- -/- € 50.000,- = € 50.000,- € 75.000,-
Box 3 € 25.000,- € 0,-
Totaal € 75.000,- € 75.000,-

Nieuwe regeling eigenwoningreserve

De situatie volgens de nieuwe regeling is dan als volgt: de maximale eigenwoningschuld voor hen samen is € 150.000,-. De maximale eigenwoningschuld voor Mark is namelijk € 50.000,- door zijn eigenwoningreserve. De maximale eigenwoningschuld van Marleen is € 100.000,-, omdat het aandeel van Marleen in de woning € 100.000,- is. Marleen gaat alleen de helft van de totale lening van € 150.000,- aan, waardoor haar eigenwoningschuld € 75.000,- is. De uitwerking volgens de nieuwe regeling is dan als volgt:

Nieuwe regeling Mark Marleen
Box 1 € 100.000,- -/- € 50.000,- = € 50.000,- € 75.000,-
Box 3 € 0,- € 0,-
Overgebleven deel van de maximale eigenwoningschuld van hen samen dat nog gebruikt mag worden € 0,- € 100.000,- -/- € 75.000,- = € 25.000,-.
Alsnog te gebruiken in box 1 € 25.000,- van Marleen € 0,-
Totaal in box 1 € 75.000,- € 75.000,-

Praktische tip

Is de klant getrouwd in beperkte gemeenschap van goederen en heeft één van hen een eigenwoningreserve? Dan kunnen zij gebruikmaken van de nieuwe regels als zij samen een eigen woning kopen en deze samen financieren. De nieuwe regels zijn verder nodig voor stellen die geen of andere afspraken hebben gemaakt om de verminderingen van hypotheekrenteaftrek te vermijden.

Praktische tip

Hebben de klanten allebei een eigenwoningreserve, zijn zij ongehuwde fiscale partners en kopen zij samen een eigen woning? Dan mogen zij de verwervingskosten verminderd met de beide eigenwoningreserves als maximale eigenwoningschuld aangaan volgens de nieuwe regeling. Zou een deel van de schuld niet tot de eigenwoningschuld horen door de bestaande regeling? Dan wordt dit deel van de schuld alsnog als eigenwoningschuld gezien.

Koude uitsluiting
Is een stel getrouwd onder koude uitsluiting? Dan is er mogelijk geen overgebleven deel van de maximale eigenwoningschuld dat nog gebruikt mag worden.

Voorbeeld
Hans en Marije kopen samen een eigen woning van € 200.000,-. Hans heeft een eigenwoningreserve van € 50.000,-. Zij zijn getrouwd onder koude uitsluiting. Zij hebben gescheiden vermogens. Zij financieren hierdoor alleen hun eigen aandeel in de woning met de gezamenlijke lening.

De maximale eigenwoningschuld voor hen samen is € 150.000,-. Allebei hebben zij een aandeel in de woning van € 100.000,-. De maximale eigenwoningschuld voor Hans is € 50.000,- door zijn eigenwoningreserve. Hans brengt deze € 50.000,- in om zijn aandeel in de woning te kopen, omdat zij getrouwd zijn onder koude uitsluiting. Hans financiert zijn aandeel in de woning dus met de gezamenlijke lening voor een bedrag van € 50.000,-.

De maximale eigenwoningschuld van Marije is € 100.000,-, omdat het aandeel van Marije in de woning € 100.000,- is. De maximale eigenwoningschuld voor Marije is in dit geval dus niet € 75.000,-, zoals in het vorige voorbeeld. Marije financiert namelijk haar aandeel in de woning met de gezamenlijke lening voor een bedrag van € 100.000,- door de koude uitsluiting. De uitwerking volgens de nieuwe regeling is dan als volgt:

Nieuwe regeling Hans Marije
Box 1 € 100.000,- -/- € 50.000,- = € 50.000,- € 100.000,-
Box 3 € 0,- € 0,-
Overgebleven deel van de maximale eigenwoningschuld van hen samen dat nog gebruikt mag worden € 0,- € 0,-
Alsnog te gebruiken in box 1 € 0,- € 0,-
Totaal in box 1 € 50.000,- € 100.000,-

Aflossingsstand

Een aflossingsstand is en blijft persoonlijk. Een aflossingsstand gaat niet meer over naar de echtgenoot door een huwelijk. Deze nieuwe regeling geldt in alle partnerschapssituaties.

Inzet aflossingsstand bij samen kopen en financieren
In de nieuwe regeling kan de aflossingsstand van een belastingplichtige gedeeltelijk of volledig vervallen bij het samen kopen en financieren van een eigen woning. De voorwaarde die hierbij geldt, is dat de aflossingsstand wordt gebruikt voor de belastingplichtige en zijn partner samen. Het is dan voldoende als het stel samen minimaal het bedrag van het aandeel in de totale schuld leent van degene met de aflossingsstand. Deze nieuwe regeling geldt in alle partnerschapssituaties.

Praktische tip

De aflossingsstand moet dus ingezet worden tot het aandeel van de partner met de aflossingsstand in de totale schuld. Heeft één partner bijvoorbeeld een aflossingsstand van € 150.000,-? En gaat hij samen met zijn partner een nieuwe schuld aan van € 100.000,- en heeft de partner met de aflossingsstand een aandeel in de nieuwe schuld van 50%? Dan hoeft de aflossingsstand alleen ingezet te worden over een bedrag van € 50.000,-.

Voorbeeld
Kees heeft een aflossingsstand van € 100.000,- voor 200 maanden. Kees trouwt met Anja in beperkte gemeenschap van goederen. De aflossingsstand blijft van Kees.

Zij kopen tijdens het huwelijk een eigen woning en gaan samen een eigenwoningschuld aan van € 160.000,-. Zij gaan de volgende financieringsopzet aan:

Leningdeel Aflostermijn
Leningdeel 1: € 80.000,- 200 maanden
Leningdeel 2: € 80.000.- 360 maanden

Bestaande regeling aflossingsstand
De uitwerking volgens de bestaande regeling is dan als volgt:

Bestaande regeling Kees Anja
Leningdeel 1 € 40.000,- (200 maanden, box 1) € 40.000,- (200 maanden, box 1)
Leningdeel 2 € 40.000,- (360 maanden, box 3) € 40.000,- (360 maanden, box 1)
Totaal € 80.000,- € 80.000,-

Kees heeft dan € 40.000,- niet gebruikt van zijn aflossingsstand. Hierdoor kan geen nieuwe aftrekbare eigenwoningschuld ontstaan bij Kees. Leningdeel 2 van Kees komt dan in box 3 terecht. Kees had een aflossingsstand van € 100.000,-. Kees heeft daarom nog steeds een aflossingsstand van € 60.000,- voor 200 maanden, omdat € 40.000,- van de aflossingsstand wel gebruikt is in het bovenstaande voorbeeld.

Nieuwe regeling aflossingsstand
In de nieuwe regeling wordt gekeken of Kees en Anja samen de aflossingstand van € 80.000,- hebben gebruikt. Het is dan voldoende als Kees en Anja samen het aandeel van Kees in de totale schuld lenen met een termijn van 200 maanden.

Het aandeel in de totale schuld van Kees is € 80.000,-. Dit bedrag lenen zij met een aflostermijn van 200 maanden. In de nieuwe regeling gaat de schuld van € 40.000,- dan niet meer naar box 3. De totale aflossingsstand van Kees van € 100.000,- wordt hierdoor gebruikt met € 80.000,-, waardoor een aflossingsstand overblijft van € 20.000,-. Deze aflossingsstand van € 20.000,- heeft geen gevolgen voor Anja. Gaan Kees en Anja in de toekomst uit elkaar? Dan krijgt Anja wel de aflossingsstand mee over de helft van alle openstaande schulden.

De nieuwe regeling heeft als belangrijk voordeel dat de aflossingsstand niet meer volledig verdeeld hoeft te worden over de partners. Hierdoor heeft een aflossingsstand minder grote gevolgen voor de partner die geen aflossingsstand heeft.

Bestaande eigenwoningschuld
Koopt een stel samen een woning en wil het stel de financiering samen aangaan? Dan kunnen zij de bestaande eigenwoningschuld of het recht op overgangsrecht van één partner samen inzetten in de verhouding van hun aandeel tot de totale schuld. Het stel mag hierdoor dus allebei de helft van de bestaande eigenwoningschuld inzetten en lenen in box 1 als hun aandeel in de schuld 50/50 is. Dit is een keuzemogelijkheid en niet verplicht. De nieuwe regeling geldt in alle partnerschapssituaties.

Voorbeeld
Jorrit heeft een bestaande eigenwoningschuld van € 150.000,- met een overgebleven renteaftrektermijn van 20 jaar. Jorrit heeft geen eigenwoningreserve. Jorrit en Miranda gaan samenwonen en hebben een samenlevingscontract afgesloten. Zij kopen samen een eigen woning van € 200.000,- en financieren deze samen met een aflossingsvrije lening van € 150.000,- en een annuïtaire lening van € 50.000,-.

Bestaande regeling bestaande eigenwoningschuld
De uitwerking volgens de bestaande regeling is dan als volgt:

Bestaande regeling Jorrit Miranda
Box 1 Aflossingsvrije lening € 75.000,- (oud recht)
Annuïteitenlening € 25.000,- (oud recht)
Annuïteitenlening € 25.000,- (nieuw recht)
Box 3 Aflossingsvrije lening € 75.000,-
Totaal € 100.000,- € 100.000,-

Nieuwe regeling bestaande eigenwoningschuld
Jorrit en Miranda kunnen de bestaande eigenwoningschuld samen inzetten, waardoor de lening niet gedeeltelijk in box 3 valt bij Miranda. Een voorwaarde die hierbij geldt, is dat zij samen geen hogere bestaande eigenwoningschuld mogen aangaan dan dat Jorrit over had. In hun geval mag de totale bestaande eigenwoningschuld na de verdeling dus niet hoger zijn dan € 150.000,-. Maakt een stel gebruik van deze mogelijkheid? Dan gaat ook het renteaftrekverleden over op de partner die een deel van de bestaande eigenwoningschuld krijgt. De uitwerking volgens de nieuwe regeling is dan als volgt:

Nieuwe regeling Jorrit Miranda
Box 1 Aflossingsvrije lening € 75.000,- (oud recht)
Annuïteitenlening € 25.000,- (nieuw recht)
Aflossingsvrije lening € 75.000,- (oud recht)
Annuïteitenlening € 25.000,- (nieuw recht)
Box 3
Totaal € 100.000,- € 100.000,-

Miranda mag dus 50% van de bestaande eigenwoningschuld van Jorrit overnemen en lenen in box 1, omdat zij de schuld samen aangaan. Jorrit houdt hierdoor nog € 75.000,- over als bestaande eigenwoningschuld. Dit betekent dat het annuïtaire deel van € 25.000,- een nieuwe eigenwoningschuld wordt zonder overgangsrecht voor Jorrit.

Maakt een stel geen gebruik van de nieuwe regeling? Dan blijft de bestaande regeling gelden.

Praktische tip

Het kan per klant verschillen of het slim is om het overgangsrecht over te nemen bij het samen kopen en financieren van een eigen woning of bij overlijden. Onderzoek voor jouw klant of dit slim is als de nieuwe regels definitief zijn.

Hebben allebei de klanten een bestaande eigenwoningschuld? Dan mogen zij deze verdelen in de verhouding van hun aandeel in de nieuwe schuld.

Volgens de staatssecretaris is de uitwerking volgens de nieuwe regeling ook al mogelijk in de bestaande regeling voor samenwoners zonder samenlevingscontract met gescheiden vermogens en voor gehuwden onder koude uitsluiting met gescheiden vermogens. Hierbij valt de eigen woning namelijk niet in een gemeenschap. Heeft een stel gescheiden vermogens? Dan kun je de inzet van het eigenwoningverleden gebruiken zoals uitgewerkt in de voorbeelden volgens de nieuwe regeling.

Binnen oversluittermijn
Herleeft het overgangsrecht binnen de oversluittermijn en is daarnaast sprake van boedelmenging door een huwelijk in algehele gemeenschap van goederen of door het wijzigen van huwelijkse voorwaarden? Dan krijgen echtgenoten de keuze om een bestaande eigenwoningschuld wel of niet te delen met elkaar. Delen is dus niet meer verplicht.

Overlijden
Het overlijden van een belastingplichtige zorgt altijd tot een vervreemding van de eigen woning. Gaat een eigenwoningschuld door het erfrecht over naar de langstlevende partner van de overledene? Dan wordt dit nog steeds niet als verwerving gezien.

Overlijden en eigenwoningreserve
Bij overlijden ontstaat een eigenwoningreserve, maar deze vervalt direct door het overlijden. Een eigenwoningreserve gaat bij overlijden niet over op de partner of op een andere belastingplichtige. Dit geldt ook voor een eigenwoningreserve die eerder is ontstaan door iets anders dan door het overlijden.

Overlijden en aflossingsstand
Bij overlijden ontstaat een aflossingsstand, maar deze vervalt direct door het overlijden. Een aflossingsstand gaat bij overlijden niet meer over op de partner of op een andere belastingplichtige. Dit geldt ook voor een aflossingsstand die eerder is ontstaan door iets anders dan door het overlijden.

Overlijden en aflossingsschema
Gaat een eigenwoningschuld door het erfrecht over naar de langstlevende partner van de overledene? Dan gaat het aflossingsschema van die eigenwoningschuld ook over op deze partner. De wet wordt niet gewijzigd op dit onderdeel.

Overlijden en bestaande eigenwoningschuld
Gaat een bestaande eigenwoningschuld door het erfrecht over naar de langstlevende partner van de overledene? Dan kan de bestaande eigenwoningschuld ook overgaan op deze partner. Dit is niet verplicht. Deze partner kan dus kiezen of hij de bestaande eigenwoningschuld wil overnemen of niet.

Praktische tip

Onderzoek voor jouw klanten of het gunstig is voor de langstlevende partner om de bestaande eigenwoningschuld over te nemen van de overledene. Laat hierbij ook zien wat de financiële gevolgen zijn op de te betalen hypotheeklast bij de verschillende keuzemogelijkheden. Het hoeft niet altijd voordelig te zijn om de bestaande eigenwoningschuld over te nemen, bijvoorbeeld door de korte aftrektermijn die nog over is op de bestaande eigenwoningschuld.

Samenvatting overlijden

Het aflossingsschema Gaat wel over op de langstlevende partner
De bestaande eigenwoningschuld Langstlevende partner mag kiezen om over te nemen
De eigenwoningreserve en aflossingsstand Gaat nooit over op de langstlevende partner

Bijzondere omstandigheid overdrachtsbelasting

Krijgt een koper te maken met een bijzondere omstandigheid, waardoor hij de woning niet als hoofdverblijf kan gebruiken nadat woning is gepasseerd bij de notaris? Bijvoorbeeld door overlijden, echtscheiding, emigratie of het verlies van een baan? Dan geldt de startersvrijstelling of het tarief van 2%. Het kabinet wil nu ook dat de startersvrijstelling of het tarief van 2% geldt als de bijzondere omstandigheden gebeuren na het ondertekenen van de koopovereenkomst, maar voor het passeren bij de notaris.

Verklaring
De klant maakt duidelijk dat hij van plan was om de woning als hoofdverblijf te gaan gebruiken, maar dat dit niet meer kan door de bijzondere omstandigheden. Dit doet de klant met de verklaring overdrachtsbelasting onvoorziene omstandigheden. De verklaring overdrachtsbelasting laag tarief of startersvrijstelling komt te vervallen bij bijzondere omstandigheden, maar blijft in normale gevallen wel bestaan. De klant moet de verklaring eerlijk invullen voordat de woning passeert bij de notaris. Twijfelt de inspecteur of voldaan is aan de voorwaarden voor de startersvrijstelling of het tarief van 2%? Dan ligt de bewijslast bij de belastingplichtige.

Praktische tips

  • De Belastingdienst maakt een formulier hiervoor dat beschikbaar komt op zijn website. Krijgt een klant te maken met bijzondere omstandigheden, waardoor de klant de woning niet als hoofdverblijf kan gebruiken? Dan kan de klant het beste zo snel mogelijk contact opnemen met de notaris.
  • Overlijdt de koper en erft de erfgenaam de woning na het ondertekenen van de koopovereenkomst, maar voor het passeren bij de notaris? Dan kan de erfgenaam verklaren met de verklaring overdrachtsbelasting onvoorziene omstandigheden dat de overledene van plan was om de woning als hoofdverblijf te gebruiken.
  • Wil de klant meer weten over de verklaring overdrachtsbelasting onvoorziene omstandigheden? Dan kan de klant meer informatie opzoeken op de website van de Belastingdienst of contact opnemen met de notaris. Wil de klant weten of sprake is van een bijzondere omstandigheid? Dan kan de klant contact opnemen met de Belastingdienst.

Antimisbruikbepaling overdrachtsbelasting

Krijgt een klant eerst een deel van een woning of een beperkt recht op de woning? En krijgt deze persoon binnen 12 maanden een groter deel van het eigendom van dezelfde woning? Bijvoorbeeld door het erfrecht, te trouwen of het wijzigen van huwelijkse voorwaarden? Dan moet deze persoon alsnog 2% overdrachtsbelasting betalen over de volledige woningwaarde als deze waarde hoger is dan € 400.000,-.

Het kabinet wil deze antimisbruikbepaling duidelijker maken door de volgende wijzigingen:

  • Krijgt een klant eerst een deel van een woning en op een later moment het tweede deel van de woning? En is de waarde van allebei deze delen samen lager dan € 400.000,-? Dan hoeft de klant alleen overdrachtsbelasting te betalen over de waarde van het tweede deel.
  • De antimisbruikbepaling geldt niet als de klant het eerste deel van de woning heeft verkregen bij de notaris in de periode tussen 1 januari 2021 en 1 april 2021.
  • De antimisbruikbepaling geldt wel als de klant de startersvrijstelling heeft gebruikt en binnen 12 maanden een aanhorigheid erbij koopt, waarbij de waarde hiervan samen hoger is dan € 400.000,-.
  • Krijgt een klant eerst een deel van een woning en op een later moment het tweede deel van de woning? En is de waarde van deze delen samen hoger dan € 400.000,-? Dan zorgt de antimisbruikbepaling er alleen voor dat de startersvrijstelling niet geldt. Het tarief van 2% kan wel gelden als de klant voldoet aan de voorwaarden.
  • Heeft een klant de startersvrijstelling gebruikt en trouwt of overlijdt deze klant? Dan geldt de antimisbruikbepaling niet voor de persoon die het eigendom van de woning krijgt door het trouwen of overlijden. Deze persoon wordt dan niet geconfronteerd met een mogelijke waardestijging van de woning bij een later verkregen eigendom.

Wetsvoorstel Verlaging verhuurderheffing

Het kabinet wil de verhuurderheffing verlagen om woningbouwcorporaties tegemoet te komen. Woningbouwcorporaties konden namelijk de huren niet verhogen in de sociale sector, omdat deze huren niet verhoogd mochten worden van het kabinet tijdens de coronacrisis.

Tarief
Het tarief voor de verhuurderheffing gaat met 0,042% omlaag van 0,527% naar 0,485%. Woningbouwcorporaties hoeven hierdoor minder belasting te betalen. Op deze manier blijft er voor de woningcorporaties geld over om te investeren in de sociale huursector.

Aanpassing tarief
Verder wijzigt het moment waarop het tarief kan worden aangepast door het kabinet. Nu kan het tarief alleen aangepast worden op de eerste dag van een kwartaal. Het tarief kan straks aangepast worden op de eerste dag van de maand. De wijzigingen moeten ingaan op 1 januari 2022.

Vrijstelling overdrachtsbelasting bij terugkoop woning

Het kabinet wil woningcorporaties een vrijstelling geven voor de overdrachtsbelasting bij de terugkoop van een verkoop onder voorwaarden-woning (VoV-woning).

Terugkopen
Bij de verkoop van woningen aan personen, zoals starters, wordt soms gebruikgemaakt van een verkoop onder voorwaarden (VoV) door een woningcorporatie. Wil die persoon de woning verkopen? Dan moet de woningcorporatie deze terugkopen of de woningcorporatie heeft dan het recht om deze woning terug te kopen.

Tarief en voorwaarden
Voor 1 januari 2021 gold het tarief van 2% overdrachtsbelasting op het terugkopen van deze woning voor de woningcorporatie. Sinds 1 januari 2021 geldt het tarief van 8%. Verkoopt de aanbieder de woning door aan een volgende starter? Dan mag de woningcorporatie deze overdrachtsbelasting niet doorbelasten aan deze starter. Dit kan woningcorporaties ontmoedigen om deze woningen door te verkopen aan starters. Daarom gaat een vrijstelling gelden vanaf 1 januari 2022 door de voorgestelde wijzigingen. De volgende voorwaarden gelden voor deze vrijstelling:

  • Die persoon had de woning als hoofdverblijf.
  • Die persoon voldeed aan de voorwaarde van de woningwaardegrens van € 400.000.-.
  • Die persoon had een minimale korting van 10% en een maximale korting van 50% bij de aanschaf van de woning.
  • Die persoon betaalt de koperkorting terug of de nieuwe eigenaar deelt de waardeontwikkeling met de woningcorporatie.

Verduurzamen woningen

Het kabinet gaat geld beschikbaar stellen voor het verduurzamen van woningen van 2022 tot en met 2024. Dit geld is bijvoorbeeld bedoeld voor het aanbrengen van hybride warmtepompen voor huiseigenaren. Door deze uitbreiding kunnen huiseigenaren een vergoeding aanvragen van € 1.000,- tot € 2.100,- voor het kopen van een hybride warmtepomp.

Beperking aftrek inkomstenbelasting

Het maximale tarief waartegen een aantal posten kunnen worden afgetrokken, wordt stapsgewijs afgebouwd naar het laagste tarief in box 1 in 2023. In de onderstaande tabel zie je de maximale percentages voor aftrek:

  2022 2023
Maximaal aftrektarief aftrekbare kosten eigen woning

 

Maximaal aftrektarief andere grondslag verminderde posten

40% laagste tarief box 1

 

Verlaging eigenwoningforfait
De komende jaren wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd. Voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000,- en € 1.110.000,- is het percentage 0,45% in 2022.

Wet Hillen
De afbouw van de aftrek door geen of een lage eigenwoningschuld (Wet Hillen) gebeurt in stapjes van 3, 1/3% per jaar. Dat betekent dat de aftrek in 2022 wordt beperkt tot 86, 2/3% van het verschil tussen de voordelen uit eigen woning en de op deze voordelen drukkende kosten.